Historiek


Esen in de westhoek
Hier en daar in de Westhoek staat er een wegwijzer naar de Dolle Brouwers, maar een duidelijke strategie zit er niet achter. Het meest zinvolle is in het weekend (zie openingsuren!) naar Esen te trekken en de geur van kokend wort met verse hopbellen te volgen… Anderen zijn 'toeristen' en informeren in het plaatselijk kantoor van vreemdelingenverkeer. Het bevindt zich op de markt te Diksmuide en is herkenbaar aan het opschrift 'Toerisme' (niet verwonderd opkijken als de plaatselijke jeugd alweer het afkappingsteken heeft ontvreemd. Maar beter dat dan met betonblokken spelen…). 'Toerisme' is een plaatselijke vorm van bezigheid en wordt gekenmerkt door een bezoek aan het oerbier en het nuttigen ervan.



Esen, de geschiedenis
Het 1937 inwoners tellende Esen heeft een rijke geschiedenis. Gelegen aan de monding van het Handzaamtje was Esen dus een zeehaven. Uit archieven blijkt dat de kerk reeds bestond in 961. Er was ook een kasteel aan beide oevers van het Handzaamtje, één in Esen en één in Vladslo. Dit om de inham te beveiligen tegen o.a. de Noormannen. Ridder Ingelram van Eessene was betrokken bij de moord op Karel de Goede en werd verbannen; het kasteel werd vernietigd. Tijdens WO I werd het hele dorp van de kaart geveegd doch rond 1922 herbouwd zoals het nu is. Het dorp had rond de eeuwwisseling 6 brouwerijen en twee stokerijen, zij het dat ze vooral deeltijds werkten.



Geschiedenis van de brouwerij
De geschiedenis van de brouwerij te Esen gaat terug tot 1835 toen dokter Louis NEVEJAN de brouwerij, later met stokerij, stichtte. In 1882 werd ze aangekocht door Alois COSTENOBLE die ze bedrijvig hield tot 1927. Zijn zoon Moïse runde ze tot 1957 waarna zijn zoon Louis de zaak overnam. In 1980 namen de Dolle Brouwers de brouwerij over. Voor de gedetailleerde historiek van de West-Vlaamse brouwerijen verwijzen we naar de studie van de huidige brouwer Kris Herteleer.



De geschiedenis van de Dolle Brouwers
De benaming komt van een fietsclubje waar ze maximaal met zijn vieren waren. Dit waren twee broers Herteleer, Dirk Coussée en Bernard Veranneman. Een voorwaarde om toe te treden was de jaarlijkse trip van Roeselare naar Cap-Gris-Nez en terug af te leggen per fiets in één dag. Dit merkwaardig gebruik wordt tot op heden herhaald alhoewel de dolle dravers niet meer bestaan. (Anno 2000 was het de 25ste maal). Buiten de jaarlijkse internationale 'sterrit' werden ook 'klassiekers' gereden; dit is een fietsrit van minimaal 100 km met drie bergen van eerste categorie. De bergen van eerste categorie zijn van het slag Kemmelberg, Rode en Zwarte Berg, Casselberg, Kluisberg, Muur van Geraardsbergen, enz… De dolle dravers, althans sommigen ervan, hebben ook meermaals de raid Pyrénéen en de raid Alpin achter de rug. Op respectievelijk 18 en 20 jaar reden Jo en Kris Herteleer van Irun (bij Biarritz) over de Pyreneën en de Alpen terug naar Roeselare in drie weken.



Het clublokaal was een huisje dat vroeger dienst deed als duivenhok, later als washuis. Bij de vele fietsers was er niet alleen een parate kennis van afstanden en hellingen, maar ook van de regionale biercultuur. De Dolle Dravers werden anno 1980 de Dolle Brouwers door de overname van een leegstaande brouwerij te Esen bij Diksmuide. Ze zouden er 'Oerbier' brouwen, zoals ze zelf hadden geëxperimenteerd thuis in de wastobbe, met enkel natuurlijke ingrediënten en met nagisting op de fles. Sedert 1980 zijn er al enkele bieren bijgekomen. De productie is stabiel rond de 1000 Hl per jaar.


Webdesign Proximedia