Het Oerbier-mannetje legt uit ↘

Zo brouwen we.
Al sinds 1980.

Tien stappen van graan tot fles. Niets gefilterd, niets gepasteuriseerd, en met installaties van rond 1900 die nog altijd in gebruik zijn, zoals de roerkuip en het koelschip.

Start bij stap 1 ↓
Getekende kaart van de tien brouwstappen
Tekening: het Oerbier-mannetje bij stap 1, mout
Stap 1+ mout

Mout

Alles begint met gemoute gerst. Zak per zak gaat de mout in de trechter, op weg naar de molen.

Tekening: het Oerbier-mannetje bij stap 2, malen
Stap 2

Malen

Onze oude moutmolen kraakt de korrels open, zodat het zetmeel binnenin zijn werk kan doen. Die trouwe machine draait hier al tientallen jaren.

De oude moutmolen in de brouwerij
De echte, nog altijd in dienst
Tekening: het Oerbier-mannetje bij stap 3, maischen
Stap 3+ water

Maischen

De gemalen mout gaat met water uit onze eigen bronnen de roerkuip in. We laten het rusten op 63 °C en daarna op 73 °C, zodat de enzymen het zetmeel omzetten in suikers. Dan filteren we het zoete wort eraf. De roerkuip is allicht nog ouder dan het koelschip.

Roerkuip nr. 1 in het brouwhuis
Roerkuip nr. 1, nog altijd in gebruik
Tekening: het Oerbier-mannetje bij stap 4, koken
Stap 4+ Belgische hopbellen

Koken

Het wort komt aan de kook in de brouwketel. Daar gaan de Belgische hopbellen in: voor bitterheid, aroma en natuurlijke bescherming.

Tekening: het Oerbier-mannetje bij stap 5, het koelschip
Stap 590°

Het koelschip

Het hete wort, nog zo’n 90 °C, stroomt in ons koelschip: een brede, open koperen bak. Koper, net als onze gistkuipen. Hier rust het terwijl het bezinksel zakt. Het koelschip dateert van rond 1900 en doet nog altijd zijn werk.

Dampend wort met schuimeilandjes in het koelschip
Wort in het koelschip
Tekening: het Oerbier-mannetje bij stap 6, de koeler
Stap 6↓ 25°

De koeler

Daarna loopt het over buizen met koud stromend water en zakt het naar zo’n 25 °C. Precies goed voor de gist.

De koeler met buizen en schuim, met een bordje niet aanraken
De koeler (niet aanraken!)
Tekening: het Oerbier-mannetje bij stap 7, gisting
Stap 7+ gist

Gisting

In onze open koperen kuipen gaat onze eigen huisgist aan het werk. Die zet de suikers om in alcohol en CO₂. Een groot deel van wat een De Dolle Brouwers-bier zo eigen maakt.

Gistschuim in een open koperen gistkuip
Open gisting, in het echt
Tekening: het Oerbier-mannetje bij stap 8, rijpen
Stap 84° · 2 maanden

Rijpen

Na de gisting rust het bier minstens twee maanden in de lagertanks, op 4 °C. We nemen onze tijd: daar ronden de smaken af.

Stalen lagertanks met ladders in de brouwerij
Tekening: het Oerbier-mannetje bij stap 9, bottelen
Stap 9+ suiker & gist

Bottelen

Voor het bottelen voegen we nog wat suiker en verse gist toe. Dan wordt elke fles gevuld en gekroonkurkt.

De ronde bottelmachine met genummerde vulkranen
Onze bottelmachine
Tekening: het Oerbier-mannetje bij stap 10, de warme kamer
Stap 10

De warme kamer

De bakken gaan naar de warme kamer, waar het bier hergist op de fles. Zo krijgt elk De Dolle Brouwers-biertje zijn natuurlijke prik.

Gestapelde gele Oerbier-bakken vol flessen bij de warme kamer
Eiken wijnvaten in de kelder
Extra stap, soms

En dan nog een jaar op vat.

Af en toe gaat een brouwsel Oerbier, Dulle Teve of Stille Nacht na de gisting niet naar de fles maar naar oude wijnvaten. Daar ligt het minstens een jaar, soms veel langer. Het begon in 1998, toen Kris het eerste Oerbier te slapen legde in oude sherryvaten.

Naar de Reserva's

Santé!

Liever zelf zien hoe het gaat? Kris neemt je elke zondag mee door de brouwerij, met drie proevertjes van het vat.

14u Engels15u Nederlands
Boek een rondleiding
Het Oerbier-mannetje met een bak vol flessen in de warme kamer